Korendrager

Sinds vorig jaar ben ik bestuurslid van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Om in deze bijzondere tijden wat contact met onze leden te houden, vertellen we iedere week een verhaal over een object uit de collectie van het KOG. Deze week vertel ik over een beeldje dat het Amsterdam Museum in langdurig bruikleen heeft. Luister hier naar het ingesproken verhaal. In onderstaande tekst ga ik uitgebreider in op het beeldje en andere voorwerpen in onze collectie die betrekking hebben op het Korendragersgilde.

Het beeldje is eind negentiende eeuw aan het KOG geschonken en is sinds 1983 in langdurig bruikleen aan het Amsterdam Museum. Het is van hout en is ongeveer 30 cm hoog. We zien een man met een enorme baal op zijn hoofd. Op de baal is de datum 1678 te lezen. Tussen de cijfers 16 en 78 is een zak met kroontje erboven afgebeeld. De man staat er nonchalant bij voor iemand met een -zo te zien- zware zak op zijn hoofd. Hij heeft flinke handen. Hij is gekleed in een rood jasje, een witte broek en draagt blauwe sokken.

Korendragersgilde

Vanaf de middeleeuwen waren ambachtslieden in gildes verenigd. Het ambachtsgilde stelde regels op voor hun leden en zorgde voor de uitwisseling van kennis en ervaring. Zonder lidmaatschap mocht men het beroep niet uitoefenen. De gildeleden moesten burgerrechten bezitten en hadden rechten en privileges.

De korendragers in Amsterdam waren sinds de zestiende eeuw in een apart gilde verenigd, het St. Joosten- of Korendragersgilde. Ze hadden het alleenrecht op het sjouwen van graan maar ook van zout, specerijen, zaden en peulvruchten. Ze droegen de spullen van de schepen naar de pakhuizen en zorgden ervoor dat alles daar goed werd opgeslagen.
De gildeleden kwamen bij elkaar in herbergen in de buurt van de korenmarkt, zoals de herberg de ‘Drie Korendragers’ in de Dirk van Hasseltsteeg en de herberg ‘De Korendrager’ in de Mandenmakerssteeg. Daar werden werden de klussen onder de leden verdeeld. Het gilde verhuurde volgens oud voorrecht ook zakken, ladders en andere gereedschappen om in het sjouwwerk te worden gebruikt.

Waarschijnlijk heeft dit beeldje in het voorhuis of in de gelagkamer van een van die herbergen gestaan. Misschien was het een soort uithangteken. We weten eigenlijk niet waar het voor diende.

In de collectie van het Amsterdam Museum bevinden zich nog twee andere, latere beeldjes van korendragers uit de achttiende eeuw. Deze beeldjes zijn ook van hout en ongeveer even groot. Het gezicht en de houding van de mannen verschillen en ook de kleuren van de kleding zijn anders.

In de grote historische tentoonstelling van Amsterdam in 1876 ter gelegenheid van het 600-jarig bestaan van Amsterdam, stonden de drie beeldjes bij elkaar tentoongesteld. In de catalogus van die tentoonstelling is te lezen dat deze beeldjes bekende personen zouden voorstellen. Dan zouden dit dus portretten zijn! Misschien dat verder onderzoek naar de beeldjes ooit namen kan opleveren. 

 

Andere voorwerpen Korendragersgilde

Uit 1609 zijn ovale zilveren platen van 26 cm hoog. Afgebeeld is een drager bij een ladder. Het zijn begrafenisschilden ontworpen door de zilversmid Leendert Claesz. Het was voor de gildeleden verplicht om de begrafenis van een gildebroeder bij te wonen. De kist werd bedekt met een zwart doodskleed waaraan – voor de duur van de plechtigheid – deze zilveren schilden waren gehecht. Er zijn ook latere begrafenisschilden in de collectie van het Amsterdam Museum bewaard.

Als bewijs van lidmaatschap had ieder lid een persoonlijke gildepenning, die men bij zich droeg bij gemeenschappelijke maaltijden en begrafenissen. Het gilde voor korendragers had een drager op hun penning. Aan de keerzijde stond de naam van de  drager. In de collectie van het Amsterdam Museum zijn tientallen van dergelijke penningen, van het midden van de zeventiende eeuw tot het begin van de negentiende eeuw. 

In de muur van het Amsterdam Museum zijn 57 gevelstenen ingemetseld. Ook deze stenen zijn een bruikleen van het KOG. Een van de stenen stelt een Korendrager voor. De steen is afkomstig van Palmgracht nr 11 en zat daar boven een poortje dat toegang gaf tot de Korendragersgang. In 1656 werd vanuit Palmgracht no. 11 de korendrager Adriaen Adriaense begraven.

Bekijk hier de andere voorwerpen die met het Korendragersgilde te maken hebben in de collectie van het Amsterdam Museum.